|
|
Woensdag 3 maart 2010Lezing door Jan van Eeden: “Populisme”Verkiezingsanalyse met Cornelis Mooy, Paul Marselje en Koos Pelsser
De hele avond is er live tv- verbinding met de uitslagen van de verkiezingen. Gesprekleider van dienst is Erwino Ouwerkerk Aanvang 20.00 uur- tot laat, toegang gratis.Populisme beheerst de huidige politiek en maatschappij. De autoriteit van wetenschappers, artsen of bestuurders wordt door de bevolking masaal in twijfel getrokken. Nieuwe media als internet leggen informatie bloot die tot voor kort voor een kleine groep beschikbaar was. De bevolking voelt zich goed genoeg geinformeerd om zijn eigen keuzes te maken. Daarnaast heerst er een maatschappelijk chagrijn die iedere autoriteit in twijfel trekt. Jan van Eeden gaat er van uit dat polulisme tot op zekere hoogte goed is. Zijn stelling is: 'Zonder populisme was er geen sociaal stelsel ontstaan.' Politiek en populisme zijn twee handen op een buik. Maar waar is populisme gezond en wanneer wordt het gevaarlijk? Ondersteund door fimpjes van van Kooten en de Bie en Rutger Castricum (Geen Stijl) laat Jan van Eeden zijn licht hierover schijnen. Kortom, een boeiend avondje politiek dat ongetwijfeld tot in de kleine uurtjes zal duren. MCH, Lange Herenvest 122, aanvang 20.00 uur. Benieuwd naar de boeiende lezing over populisme van Jan van Eeden? Klik hier als je de lezing wilt lezen. Wil je het filmpje van Koot & Bie: Jacobse en Van Es - Turkenburg zien, wat voor de lezing werd vertoond, klik dan hier of wil je het fimpje van Rutger "NOS" Castricum (Geen Stijl) tussen de Geert Fans zien klik dan hier. Dat laatste filmpje werd na de lezing vertoond. Harry van Kesteren heeft foto's gemaakt tijdens de avond, klik hier om ze te bekijken.
|
Lezing: Populisme - Jan van Eeden
|
Pim Fortuyn
Rita Verdonk
Geert Wilders
Koot & Bie
Domela Nieuwenhuis
Hadjememaar
Jan Marijnissen
Jack de Vries
Menno ter Braak
Marcel van Dam
Frans Bauer
Anton Zijderveld
Maarten van Rossem
Wouter Bos
Jacques Wallage
David Van Reybrouck
Agnes Kant
femke Halsema
Guusje ter Horst
Kader Abdolah
Joost Zwagerman
Tofik Dibi
Aboutaleb
Marcus Bakker
Geert Wilders
|
Hedendaags populismeDe rust in de polder lijkt voorgoed voorbij sinds Pim Fortuyn de geest uit de fles haalde. Nieuwe volksmenners exploiteren de onvrede onder de bevolking. Ze willen grondwetsartikelen op de schop nemen, vreemdelingen weren, straffen maximeren en de doodstraf weer in voeren. Dat is nog eens wat anders dan in de jaren zeventig van de vorige eeuw toen de regering streefde naar een open en ontspannen samenleving. (1) Ik wil het in dit stuk hebben over het populisme dat anno 2010 opgeld doet. Met als exponenten Rita Verdonk, maar vooral Geert Wilders en zijn Partij voor de Vrijheid (PVV). Ik zal proberen het verschijnsel populisme te plaatsen en op zoek gaan naar achtergronden . De cultuurkloof is daarbij van groot belang. Ook komen reacties van de “oude” politiek aan de orde. Verder natuurlijk ook de risico's van het huidige rechts-extreme populisme, naast de functie die het heeft. Tot slot de houding die we ertegenover zouden kunnen innemen. Daarbij heb ik niet de illusie, noch de bedoeling,om ongerustheid weg te nemen. Wel wil ik die tot redelijke proporties helpen terugbrengen om zodoende adequaat te kunnen reageren op de onruststokerij. De kern van populisme Het loont niet om een sluitende definitie van populisme aan te reiken. Het gaat niet om een politieke richting, maar om een breed gedragen gevoel van onbehagen. In de kern komt het erop neer dat de populist de mening van het volk verabsoluteert. Het volk-wie dat ook precies mag zijn – hoort het voor het zeggen te hebben en heeft altijd gelijk. Alleen de eigen geschiedenis en cultuur telt. Daar tegenover staan de anderen die deze geschiedenis niet hebben. Die horen er dus niet bij. Het volk wordt gemanipuleerd door de bestuurlijke leiding of zo men wil de elite. Dat zijn zakkenvullers. De populist wil het land teruggeven aan het volk. Hij maakt de elite verdacht op basis van angsten en zorgen onder zijn achterban. Ook al komt de populist voort uit de rijen van die zakkenvullers: hij/zij is een roepende in de woestijn. Hij/zij profileert zich als sterke leider van een beweging. Interne democratie kent die beweging niet, want anders zou de leider niet zo sterk kunnen zijn of blijven. Het succes is gebaseerd op rancune en die moet constant worden versterkt. De beschikbaarheid van ongefilterde nieuwsmedia via internet maakt het mogelijk rancune verregaand te cultiveren. Rancune bijvoorbeeld tegen de linkse kerk, tegen klimaatwetenschappers of tegen Ab Osterhaus. Tegen alles wat naar macht ruikt. Niets is heilig voor reaguurders aan de digitale borreltafel. Het internet met eigen autonome nieuwsgaring en de televisie en kranten scheppen een klimaat waarbinnen hypes kunnen floreren en populisten de beste one-liners mogen debiteren. Het gaat om de kijkcijfers. De medialogica (2) draagt bij aan het populisme. Populisme: niet nieuw en niet alleen rechts Koot en Bie alias Jacobse en van Es van de tegenpartij sneden menig heet hangtaboe aan. We schrijven dan eind jaren zeventig. Zij hadden zelfs voor een grote electorale doorbraak kunnen zorgen. Groter dan die van boer Koekoek. Gelukkig hebben ze hun passie voor cabaret niet aan de wilgen gehangen. Rond 1880 deed de gegoede burgerij het in de broek voor ex-dominee Ferdinand Domela Nieuwenhuis. Deze gold als de verlosser van de arbeiders en keerde zich tegen kerk, koning, kapitaal, kazerne en …kroeg. Dat rechts ook in onze tijd geen alleenvertoningsrecht had liet Jan Marijnissen zien. Die zei in 1974: “Het gaat er niet om wat wij willen, maar wat de mensen van ons willen.” (3) Dat raakt de kern van populisme. Zijn socialistiese partij (SP) bedacht in 1983 een oprotpremie voor gastarbeiders van 75000 gulden. (4) Als achtergrondmotief gold dat “het kapitaal” de arbeiders dan minder goed uit elkaar kon spelen. Het kwam de SP te staan op verwijten: deze club zou crypto-fascistisch zijn (aldus betweter en zwartkijker Piet Vroon). (5) De SP groeide later vooral onder de leus : Stem tegen, stem SP. Dat lijkt toch op Jacobse en van Es. Pas na de eeuwwisseling heeft de SP de tomaat gestileerd, maar het blijft een tomaat. Populisme komt nu ook voor in het centrum van de politiek. Zo zagen we enkele weken terug Camiel Eurlings de kwestie van het rekeningrijden opzichtig terugleggen naar autorijdend Nederland. Onder het motto: als U beslist ben ik er vanaf. Een andere kandidaat-opvolger van de charisma-loze Balkenende is Jack de Vries, voormalig spindoctor van het CDA, nu staatssecretaris van defensie. Hij bestond het om steun te zoeken bij de Hoogeveense fabrieksarbeiders voor het JSF–project. Alleen omdat het werk oplevert. Alsof werkgelegenheid op zich een voldoende argument vormt voor een peperduur en destructief prestigeproject. Ik zie hem nog papieren vliegtuigjes in het rond strooien. Zelfs dat lukte hem nauwelijks. Overigens demonstreerde hij meer demagogie dan populisme. Dat vind ik pas echt gevaarlijk. Voedingsbodem voor populisme De elite kan het er soms behoorlijk naar gemaakt hebben. De uitbuiting van arbeiders tijdens de industriële revolutie vroeg om links populisme, naast nette reacties van liberalen en van de kerken. Het rechtse populisme sinds Fortuyn kon als een schimmel op de doorgeschoten verzorgingsstaat woekeren. Populisme kan heel wel een signaalfunctie vervullen wanneer links of rechts bestuur er een zooitje van maakt en onvoldoende oog en oor heeft voor noden onder grote groepen burgers. Problemen worden dan (eindelijk) benoemd en politieke partijen schuiven dan op om de ontevreden kiezers beter te bedienen. Dat is in Nederland bijvoorbeeld rond het immigratievraagstuk gebeurd. Zij het dat daarbij Fortuyn “het waanidee van de islamisering in de bloedbaan van de natie heeft geïnjecteerd” en Wilders e.e.a. heeft ontwikkeld tot “een reusachtig ideologisch gezwel”(6) Los van wanbeleid van links of rechts geldt wat Menno Ter Braak in 1937 schreef (7) nl. dat het democratische gelijkheidsideaal op zich een bron van onvrede is onder brede lagen van de bevolking. Omdat het theoretische ideaal van gelijkheid biologisch en sociologisch onbestaanbaar is. Verwachtingen blijken niet reëel. In een democratische staat wordt zodoende rancune als mensenrecht aangemoedigd. Een ongemakkelijke waarheid. Achtergronden van onvrede en onrust In het algemeen wordt op rechts-populistisch verbaal geweld bezorgd gereageerd, om maar niet over regelrechte angst te spreken. Het gevoel overheerst dat de democratie op de helling gaat. Kort geleden publiceerden Frits Spangenberg en Martijn Lampert hun studie naar de grenzeloze generatie. (8) Ze toonden aan dat 40% van de jongste generatie zich in deze samenleving buitenstaander voelt. Een even groot deel van de jongeren redt zich op pragmatische manieren in de ingewikkeld geworden samenleving. Maar ook deze groep is niet bezig met het grotere maatschappelijke geheel. (9) De meest voorkomende reactie op deze studie kwam van niet-lezers die stelden dat er altijd gemokt is over de jeugd van tegenwoordig. Dat heet wegkijken. (10) Gelukkig zijn er nog steeds liberalen die, zoals Pieter Winsemius, wèl erkennen dat de spanningen tussen bevolkingslagen toenemen. Dat ze zelfs beangstigend zijn en tot ontwrichting kunnen leiden. En die serieus proberen die “gasten” in het beroepsonderwijs wel perspectief te bieden. (11) De studie van Spangenberg en Lampert brengt mij tot de veronderstelling dat onder de 12,5 miljoen kiesgerechtigden potentieel tegen de 40% wel eens op extreem rechts zou kunnen stemmen, met hogere percentages in de grote steden. Dat dit niet gebeurt is te danken aan de afschaffing van de stemplicht, waardoor het bij forse minderheden in raden en parlement blijft. (Zouden de anarchisten van de anti-stemdwangpartij in Haarlem in 1927 daar al een vooruitziend oog op gehad hebben ?(12) In zijn laatstverschenen boek Niemandsland (13) erkent Marcel van Dam dat hij zich - met velen - heeft verkeken op de veronderstelling dat de laagste sociaal-economische laag de laatste dertig jaar meedeelde in de welvaartsgroei. Dit blijkt niet het geval. (14) Mensen met de laagste opleidingen zijn steeds meer buitengesloten van de maatschappij. In feite bevestigt hij Spangenbergs analyse langs andere weg. De revolte rond de dood van Fortuyn en de electorale uitbarsting daarna is de uitdrukking geweest van die uitsluiting. Hij haalt de Franse socioloog Bourdieu erbij die over de nieuwe “apartheid” sprak. (15) Er is een fikse cultuurkloof tussen mensen, naar vaardigheden en intelligentie. Van Dam gaat verder: de nadruk op gelijke kansen is uitgelopen op een soort militaristische participatieplicht. Hij spreekt zelfs van oorlog van mensen met leuk en interessant werk tegen mensen voor wie dat niet voorhanden is. (16) Gevolgen: de laag-opgeleiden zijn aantoonbaar ongelukkiger, leven ongezonder, leven zes jaar korter en worden als potentieel verdachte groepen in de gaten gehouden via bestandskoppeling en cameratoezicht. Van Dam schetst nog veel meer ellende van onrendabelen. De genoemde cultuurkloof uit zich in lifestyle, in habitus. Niet alleen de inkomens zijn lager, ook muzikale voorkeuren lopen uiteen. Zo verklaarde Frans Bauer onlangs dat het succesvolle songfestival liedje sha la li een overwinning op de elite inhoudt. Wie allen bij Zeeman zijn kleren kan kopen , zie je niet bij de Bijenkorf. De ene groep leest de Telegraaf en kijkt naar SBS, de andere leest een andere krant en kijkt naar de publieke omroep. Partnerkeuze wordt geleid door opleidingsniveau. Vroeger sliep de duivel tussen twee geloven op één kussen nu ligt het diploma ertussen: E-matching voor hoger opgeleiden, schalt de tv. “Deze boodschap is niet bedoeld voor wie die niet bedoeld is!” Hoe bedoelt U? Reacties op opkomend populisme Maarten van Rossem komt tot eenzelfde soort conclusie in zijn recente boekje over hedendaags populisme. Aardig daaraan is de historische beschrijving van de opkomst van het extreem rechtse populisme van Wilders, na Fortuyn. Met name de verwijzingen naar de situatie in Denemarken geven inzicht over wat ons nog te wachten staat ( gedoogsteun van PVV aan een rechts conservatief kabinet). Zonder veel uitleg sluit van Rossem zijn boekje af met de conclusie dat participatie-democratie een illusie is (19). “Minder democratie is het beste medicijn voor de crisis in de democratie.” Waarmee hij zich laat zien als een echte historicus die alleen gewend is achterom te kijken. De klok terugzetten dus, luidt zijn devies. Jammer van zijn schets, maar logisch vanuit zijn veel te beperkte analyse van oorzaken van de opkomst van Fortuyn en Wilders. Hij ziet die vooral gelegen in het politieke gat ter rechterzijde van de VVD van om en na bij 20% van de stemmen. Hij geeft geen enkele indicatie van wat er achter stemgedrag zit. Soepel leesbaar, maar flodderwerk. Wouter Bos deed direct na de val van het kabinet Balkenende IV een beroep op het CDA en anderen om de PVV uit te sluiten voor samenwerking. Isolatie, cordon sanitaire dus. Dat lijkt tactisch handig met het oog op de eigen profilering, maar het bevestigt de “tegenpartij” en op termijn lost het niks op, omdat het de diepere oorzaak- de cultuurkloof- ongemoeid laat. Tegenover deze reacties van regressie of uitsluiting staat een studie van de Raad voor Openbaar Bestuur van februari 2010. Jacques Wallage is daarvan voorzitter en Geert Dales (o.m.) lid. Je hoort weinig van die Raad en haar rapporten zijn saai. Maar het laatste rapport (vertrouwen in democratie) mag er zijn. Dat spreekt van een legitimatiecrisis van de democratie. Oorzaak: mensen zijn steeds mondiger geworden en de politiek heeft de maatschappij qua techniek, media, individualisering etc. niet kunnen bijbenen. Men concludeert precies het tegenovergestelde van de reactie van Zijderveld en van Rossem: de ontwikkeling van partijdemocratie naar publieksdemocratie moet juist worden doorgezet. Zelfs in hoog tempo, want het is vijf voor twaalf. Het rapport reikt ook een paar middelen aan om dat te doen: ander werkwijzen, houding en gedrag van politici, meer burgerschapsvorming en meer directe invloed van burgers op keuzes van politieke leiders. En vooral: meer aandacht voor beleidsprocessen dan tot nu toe, in plaats van het eindproduct centraal te stellen.(20). Echt leerzaam en inspirerend is de Belgische schrijver David van Reybrouck, gepokt en gemazeld door de eerdere Vlaamse ervaringen met Filip de Winter c.s. Hij pleit er in zijn pleidooi voor populisme ('21) voor dat het democratische proces juist het volle pond krijgt. Niet terugvallen op technocratische praatsessies met half ambtelijke volksvertegenwoordigers met tenminste universitaire opleiding die maar door een handjevol hooggeschoolden in de bevolking zijn te volgen. Hij stelt terecht dat het een verrijking is als laaggeschoolden affiniteit hebben met democratische partijen. (22) Wat hij nodig vindt is beter populisme! Dat hoeft helemaal niet gebaseerd te zijn op een heilstaat-gedachte maar op het besef dat het streven naar een rechtvaardige samenleving belangrijker is dan het bereiken ervan (23). Gebrek aan aansprekende leiders Ter linker zijde ontbreekt het op dit moment aan aansprekende charismatische politici. Net nu Jan Marijnissen- ook hij- zijn fundamentalistische veren heeft afgeschud, moest hij zich om medische redenen laten vervangen door Agnes Kant. Die had het niet. Bij Groen Links beschikt men over een knappe meid die helaas geen pareltje is in de klassenstrijd, om maar een oud liedje te parafraseren. Niet lang geleden flirtte zij met het liberale gedachtegoed. Dat laatste geldt ook voor Wouter Bos die een goede campaigner is, maar verstrikt is geraakt in het neo-liberale denken. Zijn recente Den Uijl lezing ten spijt. Motto daarvan: beter ten halve gekeerd dan ten hele gedwaald. Nu de praktijk nog. Hij zou eens een praatje met Marcel van Dam moeten maken, maar dan moet er wel over schaduwen heen gestapt durven worden. Overigens is door het uittreden uit het kabinet het hem mogelijk geworden beter tegenspel tegen Wilders te bieden. Hij heeft niet langer last van de ongunstige combinatie van functies (minister/vice premier en partijleider). Het gevaar van rechts populisme Rechts lijkt momenteel een alleenvertoningsrecht op populisme te hebben en balanceert op de rand van extreem-rechts. Niet het aspect van populisme is riskant. Er zijn immers altijd partijen die onhaalbare gedachten in hun programma's zetten; je kunt niemand zijn dromen of nachtmerries ontzeggen. (24)De zwarte kant van het hedendaags rechts populisme ligt in het gemak waarmee de bijl soms wordt gelegd aan de wortels van de democratie. Wanneer artikel 1 van de grondwet serieus zou worden aangetast, wanneer boekverbranding (koran) werkelijk uit naam van de vrijheid wordt opgelegd of wanneer de trias politica feitelijk wordt afgebroken, is fel verzet nodig. Het gaat nu gelukkig nog maar om ketelmuziek. Maar het blijft oppassen geblazen. Eind januari 2010 verscheen het rapport 'polarisatie en radicalisering in Nederland'. (25) Daarin is gekozen om de PVV nieuw rechts radicaal te noemen. Er is voor dit neologisme gekozen om niet in de moeilijkheden te raken met termen als extreem-rechts. Het lijkt allemaal woordspel. Achtergrond is dat de onderzoekers het begrip extreem-rechts willen vermijden omdat dat onvermijdelijk associaties oproept met de tweede wereldoorlog en met antisemitisme. Wilders c.s. hebben juist affiniteit met Israel en het jodendom. De beweging heeft geen wortels in antisemitisme. In dit stuk gaat het verder voornamelijk over de PVV en minder over Rita Verdonk's bouwsel Trots op Nederland, omdat dat laatste een kleinere rol speelt. Verdonk speelt minder de anti-islam-kaart dan Wilders. Beiden zijn vergelijkbaar in bijvoorbeeld de aanpak van veiligheid en de behoefte aan zwaarder straffen als vergeldingsmechanisme. Maar Wilders is een slag monomaner en simplistischer. En ook het best bespraakt en politiek het gewiekst. De voorzitter van “Nederland bekent kleur” ergert zich er aan dat er in ons land een taboe zou bestaan om de PVV te kenmerken als racistische organisatie. (26) Er moet grote voorzichtigheid worden betracht met het opplakken van het etiket racisme op deze groepering, omdat in strikte zin Wilders c.s. zich niet afzetten tegen mensen van een bepaald ras. “Nederland bekent kleur” haalt vreemdelingenhaat en racisme door elkaar. Een hoofddoekjesverbod in Almere is niet tegen een bepaald ras gericht, wel tegen een symbool van een andere godsdienst. Zo'n verbod is strijdig met elementaire vrijheden. Het verwijt van racisme geeft aanhangers van de PVV gemakkelijk aanleiding zich gedemoniseerd te voelen. ”Het is allemaal bagger” reageerde de blonde leider als een Pavlov-hond. Natuurlijk gaat hij niet in op de vraag voor wie er nu wel en niet vrijheden gelden. Hij is te slim om de irrationaliteit van zijn “voorstel” te helpen ontrafelen en blijft gebaat bij het voeden van ressentiment. Het is overigens een raadsel waarom ex-minister Ter Horst besloten heeft subsidie te verlenen aan politieke partijen, ook al zijn het éénpersoonsbewegingen en geen normale verenigingen. Zowel de PVV als Trots op Nederland van Rita Verdonk zijn autoritaire organisaties zonder leden, zonder open congressen die een lijn bepalen of bevestigen dan wel corrigeren. Hun leiders willen kennelijk niet de invloed van leden gebruiken. Ze zien die als een soort ballast van oude politiek. Ze koesteren de reaguurders-democratie. Als hun eigen organisatie model staat voor de toekomstige staatsinrichting ziet het er niet best uit. Islamofobie Een complicatie in het beoordelen van het huidige rechtse populisme is het islam-debat, dat erdoor heen loopt. Het is verbazingwekkend hoe snel na de val van de Berlijnse muur de behoefte aan een vijand is vormgegeven. In de herrie rond de Islam wordt door populisten een soort stepping stone theorie gesuggereerd tussen moslimterrorisme en moslimbevolking. Alsof het eerste zich noodzakelijkerwijs als een epidemie zal verspreiden onder allen. Deze op angst gebaseerde veronderstelling wordt door maar weinigen nuchter tegengesproken. Meestal doen dat mensen uit islamitische kringen zelf zoals Dibi en Aboutaleb, die PVV-ers oproepen samen op te trekken tegen terreuraanbidders. Natuurlijk hebben die daar geen oor naar ; dan zouden ze kiezers verliezen. Helaas wordt daarnaast een groot deel van de bestrijders van islamofoben enigszins gehinderd doordat bij hen de gedachte aan de holocaust in hun oordeel doorschemert. Volgens Joost Zwagerman (28) gaat het om lelieblanke narcistische ontmaskeraars van het naoorlogse kwaad. Hij noemt Doekele Terpstra, Geert Mak, Huub Oosterhuis, Harry de Winter. Zij reageren vol morele verontwaardiging op Wilders c.s. (29) en leverden op hun wijze een bijdrage aan het succes in de polls voor de PVV. Het gebral van de populisten zou beter kunnen worden begroet door humor of hoongelach in plaats van verder te demoniseren met racisme-verwijten. Humor wordt als politieke kracht trouwens nog altijd zwaar onderschat. De huidige angstige, neurotische reacties leiden tot een nog grotere aanhang van pseudo-martelaars. (30) . Veel politici moeten nog hun verbouwereerdheid bij idiote proefballonnetjes van de acteur Wilders zien te overwinnen. Als straks, na alle gekwetter van de populisten, bij hun deelname aan een regering daadwerkelijk bestuurlijk dreigt te worden geknoeid met grondbeginselen van ons stelsel, dan moet alle hens aan dek. Dan moet de stormbal worden gehesen. 29% van de ambtenaren wil geen PVV-er als politieke baas dienen, zo werd recent bekend. (31) Al is Wilders nog zo'n wrange vrucht van de democratie, ook hij zal ambtelijk ondersteund moeten worden als hij door de koningin tot het hoge ambt wordt geroepen. Als ambtenaren dat niet willen, moeten ze ontslag nemen. Dat zou de bezuinigingsoperaties trouwens enorm helpen. Echter: slechts 12% blijkt bereid naar ander werk uit te zien.(32) De soep wordt dus lauw gegeten. Pas als ze bijvoorbeeld aan een wettelijk hoofddoekjesverbod moeten knutselen van hun nieuwe politieke baas komt hun geweten er aan te pas. En dan hebben ze eerst nog de dure plicht de PVV-wethouder of minister te overtuigen van de strijdigheid met wetten, verdragen en culturele waarden. Eerdere vaandelvlucht- zelfs het debat en de publiciteit erover- helpt alweer de populist aan meer zetels. Samenvattend Populisme is van alle tijden en niet exclusief van rechts. Er is sprake van een stevige voedingsbodem waarop populistische leiders hun rigide verhalen kwijt kunnen aan een forse achterban. Het is beter je te verdiepen in de achtergronden van de brede onvrede onder bevolkingsgroepen dan te blijven steken in verontwaardiging. De cultuurkloof tussen groepen met veel en weinig scholing en diploma's (nieuwe apartheid) is een zeer belangrijke achtergrond van voormelde onvrede. Daaraan werken is bitter nodig. Dat betekent breken met neo-liberale dogma's . De reactie om de participatiedemocratie terug te dringen als medicijn tegen deze ziekte van het systeem is te simpel en de weg van de minste weerstand. Er is behoefte aan stevige leiders ter linker zijde die rechts-radicale kreten pareren met duidelijke taal en vanuit heldere democratische en sociale waarden, niet vanuit blauwdrukken of plattitudes. En ambtenaren zijn de laatsten die te vroeg op vaandelvlucht mogen gaan. Zij hebben een bijzondere verantwoordelijkheid in het verdedigen van de rechtsstaat. Ten strijde! Jan van Eeden
|
De lezing ging vooraf aan een opname van Koot & Bie: Jacobse en Van Es - Turkenburg.
Na de lezing liet Jan, ter illustratie, fragmenten zien uit een opname van Rutger "NOS" Castricum (Geen Stijl) tussen de Geert Fans.


































filmpjes